Spelregels
Om veel plezier aan een sport te
kunnen beleven, is het noodzakelijk om de spelregels te kennen. Hieronder geven
we deze beknopt weer. De informatie is afkomstig uit het boekje "Badminton
voor iedereen; beknopte spelregels" van de NBB (Nederlandse Badminton
Bond). De volledige spelregels staan in het officiële spelregelboekje,
uitgegeven door de NBB.

Badminton kent vijf onderdelen:
1. Herenenkelspel (HE)
2. Damesenkelspel (DE)
3. Herendubbelspel (HD)
4. Damesdubbelspel (DD)
5. Gemengddubbelspel
(GD)
Het speelveld is
Voordat het spel begint is er een
loting (toss). Wie de toss wint moet een keuze maken uit de volgende mogelijkheden:
· Eerst serveren of eerst de service
ontvangen, of
· Kiezen van de speelhelft.
De tegenpartij kiest uit de overgebleven
mogelijkheid. Dus, indien de winnaar van de toss ervoor kiest om eerst te
serveren, dan is de verliezer van de toss de eerste ontvanger. Deze kiest dan
de kant van het veld, waarop hij/zij begint.
De service is heel belangrijk in het
badminton. Je kunt namelijk alleen maar punten scoren, wanneer je serveert. Een
service is goed, als:
·
Deze onderhands geslagen wordt. Er
is sprake van onderhands serveren, wanneer het gehele blad van het racket
duidelijk zichtbaar is beneden de gehele hand van de speler en de shuttle
beneden de heup geraakt wordt.
·
Deze
diagonaal in het juiste speelvak wordt gespeeld.
·
De
serveerder met beide voeten op de grond en niet op of tegen de lijnen staat.
Bij de stand 0-0 en bij alle even
punten wordt geserveerd vanuit het rechter serveervak. Op alle oneven punten
wordt geserveerd vanuit het linker serveervak. Je moet hierbij uitgaan van het
aantal punten van de serveerder.
Bij de eerste service van het dubbelspel
geldt:
·
De
eerste service wordt altijd geslagen vanuit het rechter serveervak.
·
Wordt de eerste service verloren (rally
verloren), dan scoort de andere partij, die dan gaat serveren. Omdat die dan 1
punt heeft, begint degene die links staat met de service.
Als je op je eigen service scoort,
wissel je voor de volgende service van serveervak.
Met ingang van het seizoen 2006-2007
is internationaal de puntentelling gewijzigd.
De nieuwe regels staan hieronder
kort op een rijtje:
·
Een
partij wordt gespeeld om 2 gewonnen games, tenzij anders is bepaald.
·
Er
wordt gespeeld volgens het ‘rally point
systeem’, beide partijen kunnen scoren, onafhankelijk van wie aan service
is.
·
Als
de serveerder niet scoort, gaat de service over en de ontvanger krijgt een
punt.
·
De
partij die het eerst 21 punten scoort wint de game, behalve wanneer spelregel
7.4 of 7.5 van toepassing is.
·
De
partij die de rally wint scoort een punt. Een partij wint een rally wanneer de
tegenstander een fout maakt of als de shuttle niet langer in spel is omdat deze
binnen de speelhelft van de tegenstander de vloer raakt.
·
Vanaf
de stand 20-20 wint de partij die het eerst 2 punten voorsprong behaalt de
game.
·
Bij
de stand 29-29 wint de partij die het 30e pu nt scoort de game (30-29 is
dus de maximale gamestand).
·
De
partij die een game wint begint met serveren in de volgende game.
·
Als
de serverende partij een even aantal punten heeft, wordt geserveerd vanuit het
rechter servicevak; bij een oneven aantal punten wordt geserveerd vanuit het
linkervak; bij het dubbelspel dus degene, die in het betreffende vak staat.
·
In
het dubbelspel heeft een duo slechts één servicebeurt, die duurt tot de
ontvangende partij een punt scoort, de service gaat dan over.
·
In
het dubbelspel wisselen de serveerders van plaats als zij in hun servicebeurt
scoren, scoren de ontvangers het punt dan krijgen zij het punt en de service,
maar wisselen niet van plaats.
Elk van beide spelers van de partij
die een game wint mag in de volgende game beginnen met serveren en elk van
beide spelers van de verliezende partij mag in de volgende game beginnen met
ontvangen.
Bij het bereiken van het 11e
punt, krijgen de spelers (in enkel- én dubbelspel) een pauze van 60 seconden.
Tussen alle games krijgen de spelers
twee minuten rust.
Wanneer een opstellingsvergissing
wordt ontdekt moet deze worden gecorrigeerd waarbij de bereikte stand
gehandhaafd blijft.
Spelers moeten van speelhelft
wisselen:
·
na afloop van de eerste game.
·
na afloop van de tweede game indien er een derde game
moet worden gespeeld.
·
in de derde game zodra één van de partijen 11 punten
heeft gescoord.
·
Indien niet op de in spelregel 8.1 aangegeven wijze van
speelhelft is gewisseld, moet dit alsnog gebeuren zodra de vergissing is
opgemerkt en de shuttle niet in spel is. De dan bereikte stand blijft
gehandhaafd.
Je scoort een punt als je de service
hebt en:
·
Als
je de shuttle in het speelveld van de tegenstander op de grond slaat.
·
Als
de tegenstander de shuttle in het net, onder het net, tegen het plafond /
zijmuren of buiten jouw speelveld slaat.
·
Als
de tegenstander de shuttle slaat, voordat deze over het net is.
·
Als
de tegenstander de shuttle twee maal achter elkaar raakt.
Je maakt een fout als:
·
de
shuttle binnen je speelveld op de grond valt.
·
de
shuttle bij de service buiten het juiste serveervak van de tegenstander op de
grond valt.
·
je
in het net slaat.
·
je
de shuttle twee maal achter elkaar raakt.
Meer informatie is te vinden op de
badmintonsite van de Nederlandse Badmintonbond (www.badminton.nl).
